Nijnsel voelt zich niet meer thuis in de Beckart

NIJNSEL – De problemen rond gemeenschapshuis De Beckart in Nijnsel roepen veel vragen op. Waarom vechten mensen na veertig jaar opeens de horecavergunning van hun eigen huiskamer aan?


Wie op zoek gaat naar antwoorden ontmoet mensen die wel willen vertellen wat er volgens hen aan de hand is, op voorwaarde dat hun anonimiteit gewaarborgd wordt. Eén opmerking komt steeds terug: De Beckart is ons gemeenschapshuis niet meer.

De Beckart groeide uit van parochiaal verenigingshuis tot een zalencentrum. Aan dat gebouw is een horecavergunning gekoppeld waarvan de exploitant dacht dat hij daarmee feesten kon organiseren. Die feesten, blijkt nu, mogen niet volgens het bestemmingsplan en dat weegt zwaarder.


Omwonenden die dat ontdekten zijn vastbesloten tot een juridisch gevecht om een einde te maken aan de feesten. Maar waarom? De vergunning is al zo oud en nog nooit bestreden.

Grote feesten

Volgens de mensen die wij spraken is er bij de Beckart iets veranderd. Exploitant Jego Yegoian voert namelijk een ander beleid om geld te verdienen dan zijn voorganger. Vroeger werd er wel eens op zondagmiddag een bescheiden receptie gehouden bijvoorbeeld door een echtpaar dat veertig jaar was getrouwd. Dat waren mensen uit het dorp, mensen die je kende. Het hoorde bij het gemeenschapshuis en Nijnsel.

De nieuwe eigenaar is van Armeense afkomst en komt uit de Randstad. Volgens onze bronnen organiseerde hij voor de coronacrisis voor landgenoten soms wel twee bruiloftsfeesten in een weekend. De gasten kwamen vaak al ’s middags vanuit heel Nederland, België en Frankrijk naar Nijnsel. De wijk stond vol auto’s.

Het waren uitbundige feesten met een barbecue. Bij warm weer verplaatsten de gasten zich naar het processiepark tegenover de Beckart.

De muziek die werd gespeeld leidde in de buurt tot ongenoegen, vooral als in de zomer de deuren open stonden. “Het was van die muziek waar je van moet houden,” zegt iemand in de buurt. Er klinkt ook elk jaar carnavalsmuziek vanuit de Beckart, maar dat vindt iedereen iets anders. Het is vertrouwd en maar een paar dagen per jaar in plaats van twee keer in de week.

Verbouwing

Wat ook steekt in het dorp is dat de Beckart vijf jaar geleden werd verbouwd met hulp van vrijwilligers. De nieuwe beheerder kreeg twee jaar geleden toestemming de zaak helemaal naar eigen inzicht opnieuw in te richten. Met die nieuwe inrichting is het volgens sommige mensen net als met de muziek, je moet ervan houden. Veel wit, goud en bling-bling. “Het is ons gemeenschapshuis niet meer,” zegt iemand.

Enkele verenigingen weken uit naar andere ruimtes omdat het niet meer mogelijk was de Beckart meerdere weekenden achter elkaar te huren, bijvoorbeeld voor toneelvoorstellingen of rommelmarkten. De exploitant doet te weinig om het lokale verenigingsleven tegemoet te komen, is een meerdere keren gehoorde opmerking.

In Nijnsel zitten ze er niet mee dat de Beckart commercieel wordt uitgebaat. Niemand heeft iets tegen uitbater de Rotterdamse Yegoian. Van Nijnsel mag hij er een goeie boterham verdienen, waar ze moeite mee hebben zijn de drukbezochte uitbundige feesten. En hij moet het lokale verenigingsleven meer ruimte geven.

Expats

De andere kant van het verhaal is waarom het de Nijnselnaren zelf niet lukt hun eigen huiskamer draaiende te houden. Er zijn meer dorpen met noodlijdende ontmoetingscentra. In Boerdonk richtten ze een coöperatie op en kwam er een café. Ook in Esbeek lukte iets soortgelijks. Misschien komt het, vroeg iemand zich hardop af, omdat er in Nijnsel steeds meer expats wonen. Het is een geliefd dorp aan de rand van Brainport. De gemeenschapszin die er heerste ten tijde van het allereerste parochiegebouw is er niet meer.

Uitbater Yegoian bezweert tegenover Omroep Meierij dat alle klachten serieus worden genomen en dat hij er alles aan zal doen om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Want hij stopt zijn ziel en zaligheid in het zalencentrum en als het aan hem ligt gaat hij hier een mooie toekomst opbouwen.